ECLI:NL:PHR:2017:1164

Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 2017 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Parket bij de Hoge Raad, 20 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1164, zaaknummer 16/05475, conclusie A-G (mr. W.L. Valk). Kernvraag — In hoeverre is voor een vordering tot vergoeding van herstelkosten wegens gebrekkige nakoming van een aannemingsovereenkomst een ingebrekestelling vereist, en wanneer kan het verzuim ook zonder ingebrekestelling intreden — in het bijzonder op grond van art. 6:83 aanhef en onder a en c BW dan wel de redelijkheid en billijkheid? Feiten — Partijen spraken in 2009 af dat verweerder toezicht zou houden op de verbouwing van verzoekers woning te Curaçao en daarvoor materialen zou aanschaffen; voor betalingen werd een en/of rekening geopend. Verzoeker stelde dat een aannemingsovereenkomst was gesloten voor NAf 113.000,— en dat het werk ondeugdelijk was uitgevoerd; hij vorderde ontbinding en vergoeding van herstelkosten van NAf 233.950,—. Verweerder betwistte het bestaan van een overeenkomst (slechts een vriendendienst), de ondeugdelijkheid van het werk en stelde niet in gebreke te zijn gesteld. Zowel het GEA als het Gemeenschappelijk Hof wees de vordering af wegens het ontbreken van een ingebrekestelling; het hof oordeelde veronderstellenderwijs dat een aannemingsovereenkomst bestond maar dat noch art. 6:83 onder a noch onder c BW tot verzuim van rechtswege leidde, en ook de redelijkheid en billijkheid brachten dat niet mee. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de gestelde termijn van vier maanden (verbouwing gereed vóór regen- en orkaa…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken