ECLI:NL:HR:1981:AG4158

Hoge Raad 1981-03-13 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 (Haviltex), zaaknummer 11.647, cassatie. Kernvraag — Mag de rechter bij de uitleg van een schriftelijk contract — en bij de beantwoording van de vraag of dat contract een leemte laat — volstaan met een zuiver taalkundige uitleg van de contractsbepalingen, of dient hij acht te slaan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan die bepalingen mochten toekennen? Feiten — Eisers (verkopers) hebben bij overeenkomst van 2 februari 1976 een machine voor het snijden van steekschuim verkocht aan Haviltex B.V. voor f 35.000,-, waarvan f 20.000,- contant en f 15.000,- te voldoen als 10% van de met de machine te behalen winst. Een bijzondere voorwaarde (sub a) bepaalde dat de koper tot eind 1976 het recht had de machine terug te geven voor f 20.000,- exclusief BTW, terug te betalen in termijnen van f 2.000,- per maand. Haviltex heeft bij brieven van 16 juni 1976 en 22 november 1976 gebruik gemaakt van dit recht, maar de machine feitelijk niet teruggegeven en aanspraak gemaakt op zekerheidstelling voor terugbetaling. Haviltex vorderde vervolgens het reeds betaalde bedrag van f 23.600,- inclusief BTW terug. Verkopers vorderden in reconventie onder meer het restant van de koopsom (f 15.000,-) dan wel een aandeel in de behaalde winst. Oordeel hof — Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en verwierp het beroep van verkopers op de partijbedoeling met het argument dat de bewoordingen van de overeenkomst d…