Hoge Raad 2003-09-12 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 12 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0827, nr. C02/025HR, cassatie. Kernvraag — Kan een koper een koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbinden wegens non-conformiteit zonder de verkoper eerst in gebreke te hebben gesteld, indien het verzuim van de verkoper ook zonder ingebrekestelling kan zijn ingetreden? Feiten — Verweerders hebben hun woonhuis verkocht aan eisers. Op de dag van bezichtiging is een in het Duits gestelde koopovereenkomst ondertekend; art. 10 bevatte een boetebeding van DM 15.000,-- bij "Rücktritt" of niet-nakoming door de schuldige partij. Na sleuteloverdracht op 29 mei 1996 en aanvang van verbouwingswerkzaamheden hebben eisers op 28 juni 1996 de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden wegens ernstige gebreken aan het woonhuis. Verweerders vorderden vervolgens de contractuele boete wegens "Rücktritt". Oordeel hof — Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Het oordeelde dat eisers niet bevoegd waren de overeenkomst te ontbinden omdat zij verweerders niet eerst in gebreke hadden gesteld en nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk was. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 3.3.2 de toepasselijke rechtsregels uiteen. Op grond van art. 6:265 lid 2 BW ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding, voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, pas wanneer de schuldenaar in verzuim is. Verzuim treedt ingevolge art. 6:82 BW in beginsel in na ingebrekestelling. Art. 6:83 BW noemt drie gevallen van verzuim…