Hoge Raad 2000-02-04 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4732, zaaknummer C98/193HR, cassatie. Kernvraag — In hoeverre is voor schadevergoeding wegens ondeugdelijke prestatie een ingebrekestelling vereist, en kan een overeenkomst stilzwijgend worden gewijzigd door het enkele uitblijven van een reactie op een daartoe strekkende mededeling van de wederpartij? Feiten — Kinheim gaf Pelders in 1990 opdracht tot vervaardiging van schroefelementen en kneedpennen voor extruders, waarbij Pelders afwerking, afmetingen en materiaalsoort garandeerde. Bij brief van 9 mei 1990 liet Pelders weten geen aansprakelijkheid te aanvaarden voor maatafwijkingen op vertandingen en haar garantie te beperken tot de door haar uitgevoerde verspanende werkzaamheden met uitsluiting van vervolgschade. Kinheim reageerde niet op deze brief. In de loop van 1993 stapelden klachten van afnemers van Kinheim zich op over maatvoering en afwerking van de door Pelders geleverde elementen; TNO concludeerde in april 1994 dat sprake was van toelevering van ondeugdelijke onderdelen. Kinheim ontbond de overeenkomst bij brief van 26 januari 1994 en vorderde schadevergoeding, terwijl Pelders in reconventie betaling van openstaande facturen vorderde. Oordeel hof — Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat van blijvende onmogelijkheid van nakoming geen sprake was, dat Pelders door het uitblijven van een reactie van Kinheim op haar brief van 9 mei 1990 mocht aannemen dat Kinheim daarmee akkoo…