Hoge Raad 2016-09-02 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2012, zaaknummer 14/04914, cassatie (principal en incidenteel). Kernvraag — Kan een cliëntenremisier die is vrijgesteld van de vergunningplicht op grond van art. 12 Vrijstellingsregeling Wte 1995, zonder vergunning tevens optreden als beleggingsadviseur? En welke gevolgen heeft het voor de verdeling van schade op grond van art. 6:101 BW indien de aanbieder van een effectenleaseproduct hiervan op de hoogte was of behoorde te zijn? Feiten — Eiser heeft op of omstreeks 13 augustus 2001 door tussenkomst van SpaarSelect een effectenleaseovereenkomst ("4=10 Effect Vooruitbetaling") gesloten met Dexia. Geleend werd f 52.043,15 waarmee effecten werden aangekocht; de totale leasesom bedroeg f 123.863,82. Dexia heeft de overeenkomst op of omstreeks 24 juli 2007 beëindigd wegens betalingsachterstand; de eindafrekening vermeldt een schuld van € 14.348,49. Eiser had op dat moment € 16.638,06 voldaan. Dexia erkent haar zorgplicht te hebben geschonden en vordert op basis van het gangbare "hofmodel" een-derde van de restschuld (€ 4.393,15). Eiser heeft tijdig een opt-out-verklaring uitgebracht en is niet gebonden aan de WCAM-overeenkomst. Oordeel hof — Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat Dexia in strijd zou hebben gehandeld met art. 41 NR 1999 indien SpaarSelect jegens eiser als financieel adviseur is opgetreden en Dexia dit wist of behoorde te weten. Het hof heeft eiser toegelaten tot het bewijs daarvan en…