ECLI:NL:HR:2007:AZ3531

Hoge Raad 2007-03-23 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad 23 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3531, zaaknummer C05/284HR, cassatie. Kernvraag — Ziet art. 6:89 BW ook op gevallen van algehele niet-nakoming, of uitsluitend op gebrekkige nakoming? Voorts: wanneer levert een brief van de schuldenaar een mededeling op als bedoeld in art. 6:83 sub c BW, zodat verzuim zonder ingebrekestelling intreedt? Feiten — Verweerder is zelfstandig apotheker. In 1987 en 1992 heeft hij met Brocacef afnameovereenkomsten gesloten. Na onderhandelingen is op 3 december 1994 een nieuwe afnameovereenkomst gesloten voor zeven jaar; Brocacef bevestigde de afspraken per fax van 15 december 1994. Op 29 december 1994 sloten partijen een kredietovereenkomst voor ƒ 250.000,--. Brocacef stuurde op 3 februari 1995 een fax aan verweerder met een uitnodiging voor een bespreking over een definitieve afronding van de overeenkomst en met de mededeling dat de concept-overeenkomst na juridisch advies op onderdelen afweek van de eerder gemaakte afspraken. Verweerder beëindigde de afnameovereenkomst op 16 maart 1995 eenzijdig. In reconventie vorderde verweerder schadevergoeding wegens wanprestatie van Brocacef. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de afnameovereenkomst tot stand was gekomen en niet nietig was wegens strijd met art. 81 EG. Het verwierp het beroep van Brocacef op art. 6:89 BW omdat die bepaling naar zijn oordeel ook van toepassing is bij algehele niet-nakoming. Voorts achtte het hof Brocacef op grond van de brief van 3 februari 1995…