ECLI:NL:RVS:2026:1792

Raad van State 2026-03-31 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 31 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1792, zaaknummer 202302538/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Is een rechterlijke dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 37.500,00 gerechtvaardigd op de enkele grond dat de minister niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom hij niet eerder gelegenheid tot herstel van een verzuim heeft geboden en/of een DNA-onderzoek is gestart? Feiten — Betrokkenen hadden een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats Amsterdam) verklaarde hun beroep wegens niet-tijdige besluitvorming gegrond en legde een dwangsom op van € 250,00 per dag met een maximum van € 37.500,00, omdat de minister niet inzichtelijk had gemaakt waarom niet eerder gelegenheid tot verzuimherstel was geboden en/of een DNA-onderzoek was gestart. De minister stelde hoger beroep in en betwistte de hoogte van de dwangsom. Overwegingen — De Afdeling stelt voorop dat de rechter vrij is de hoogte van de dwangsom te bepalen, mits hij daarbij redelijke grenzen in acht neemt, en dat art. 8:55d lid 2 Awb ruimte biedt om de dwangsom op de omstandigheden van het geval af te stemmen (r.o. 2, onder verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2020:1560). Als vaste gedragslijn in vreemdelingenzaken geldt een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 7.500,00. Een verhoogde dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 37.500,00 is slechts aangewezen bij gebleken weigerachtighe…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken