ECLI:NL:RVS:2019:457

Raad van State 2019-02-20 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak, voorzieningenrechter), 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457, zaaknummers 201609659/1/V2 en 201609659/4/V2, hoger beroep (met behandeling verzoek voorlopige voorziening ex art. 8:81 Awb, na prejudiciële verwijzing aan HvJ EU). Kernvraag — Vereisen art. 46 Procedurerichtlijn (2013/32) en art. 13 Terugkeerrichtlijn (2008/115), gelezen in het licht van de art. 18, 19 lid 2 en 47 van het EU-Handvest, dat hoger beroep in asielzaken automatisch schorsende werking heeft? En, op inhoud: heeft de staatssecretaris voldoende gemotiveerd beoordeeld wat bij terugkeer van homoseksuele vreemdelingen naar Rusland van hen wordt verwacht? Feiten — De vreemdelingen, Russische nationaliteit en partners, hebben asielaanvragen ingediend op grond van hun homoseksuele gerichtheid. De staatssecretaris heeft hun gerichtheid, de relatie en de ondervonden problemen in Moskou (mishandeling, bedreigingen, gedwongen vertrek uit hun appartement) geloofwaardig geacht, maar geconcludeerd dat deze problemen niet zijn te herleiden tot hun homoseksuele gerichtheid en derhalve geen vervolgingsgrond opleveren. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. Na instelling van hoger beroep stelde de voorzieningenrechter bij uitspraak van 11 januari 2017 een voorlopige voorziening (non-uitzetting) in. Bij verwijzingsuitspraak van 29 maart 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:869) werden prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU, dat op 26 september 2018 arrest we…