ECLI:NL:RVS:2022:3352

Raad van State 2022-11-30 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak), 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3352, zaaknummer 202203066/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Is artikel 1 van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (Stb. 2020, 242, zoals geldend vanaf 11 juli 2021), voor zover dat de mogelijkheid uitsluit dat de staatssecretaris een bestuurlijke dwangsom verbeurt bij het niet tijdig beslissen op een asielaanvraag, in strijd met het Unierechtelijk gelijkwaardigheidsbeginsel, het beginsel van effectieve rechtsbescherming (art. 47 EU Handvest) of het doeltreffendheidsbeginsel? Feiten — De staatssecretaris heeft niet tijdig beslist op de asielaanvraag van de vreemdeling; op 17 september 2021 is de aanvraag alsnog ingewilligd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk, maar verklaarde het beroep tegen het besluit van 17 september 2021 gegrond voor zover daarin geen bestuurlijke dwangsom was vastgesteld, vernietigde het besluit in zoverre, stelde vast dat de staatssecretaris een dwangsom had verbeurd van € 1.442,00 en trad daarvoor zelf in de plaats. De staatssecretaris heeft hoger beroep ingesteld. Overwegingen — De Afdeling stelt in r.o. 5.1 voorop dat de Procedurerichtlijn geen sanctie voorschrijft voor het overschrijden van beslistermijnen op asielaanvragen. Het tot 11 juli 2020 ook in asielprocedures verbeuren van een bestuurlijke dwangsom was een nationale maatregel die een hoger beschermingsniveau bood dan de…