Rechtbank Den Haag 2023-03-17 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Arnhem), 17 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3590, zaaknummer NL23.2362, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Welke nadere beslistermijn moet de rechtbank aan de staatssecretaris opleggen na gegrondverklaring van een beroep wegens het niet tijdig beslissen op een mvv-aanvraag in het kader van nareis bij een houder van een asielvergunning? Feiten — Eiseres heeft op 23 juni 2022 een mvv-aanvraag voor nareis bij haar echtgenoot ingediend. De staatssecretaris heeft de wettelijke beslistermijn van 90 dagen verlengd met drie maanden. Na het verstrijken van die verlengde termijn is de staatssecretaris op 27 december 2022 in gebreke gesteld. Meer dan twee weken daarna heeft eiseres beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Ten tijde van de uitspraak had de staatssecretaris nog geen besluit genomen; op 26 februari 2023 had hij eiseres wel een herstelverzuimbrief gestuurd met het verzoek de aanvraag te completeren. Overwegingen — De rechtbank stelt vast dat het beroep ontvankelijk en gegrond is (r.o. 3 en 3.1). Vervolgens beoordeelt zij of sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in art. 8:55d lid 3 Awb, op grond waarvan een langere nadere termijn dan twee weken kan worden opgelegd. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend (r.o. 4.3–4.5). Zij baseert dit op een samenstel van factoren: er zijn 27.724 openstaande nareiszaken in eerste aanleg, waarvan in 12.080 zaken de beslistermijn is verstreken; in…