ECLI:NL:RVS:2025:2337

Raad van State 2025-05-21 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2337, zaaknummer 202405046/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Geeft de omstandigheid dat de minister bij de behandeling van nareisaanvragen het 'first in, first out'-principe (fifo-principe) toepast, aanleiding om bij een gegrond beroep niet-tijdig beslissen ruimere beslistermijnen te hanteren dan het kader uit de uitspraken van 3 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2643 en ECLI:NL:RVS:2024:2644), dan wel de dwangsom te verlagen? Feiten — Referent heeft op 8 november 2023 een nareisaanvraag (mvv) ingediend voor zijn echtgenote (betrokkene, verdachte in een Turkse strafzaak met risico op detentie) en hun drie minderjarige kinderen. Na ingebrekestelling op 10 mei 2024 heeft betrokkene op 20 juni 2024 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De minister past sinds 15 januari 2024 het fifo-principe toe en deelde ter zitting bij de voorzieningenrechter mee dat zij ook na een rechterlijke beslistermijn zou vasthouden aan dat principe en de aanvraag pas in mei 2025 zou oppakken. De voorzieningenrechter legde beslistermijnen op conform het kader van de uitspraken van 3 juli 2024 en verbond daaraan een dwangsom van € 250,- per dag met een maximum van € 37.500,-. Hangende het hoger beroep nam de minister op 1 november 2024 alsnog een inwilligend besluit. Overwegingen — De Afdeling stelt voorop (r.o. 2) dat het fifo-principe een goed uitgangspunt is voor een efficiënte en v…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken