ECLI:NL:RVS:2025:3153

Raad van State 2025-07-16 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3153, zaaknummer 202407906/1/V2, hoger beroep. Kernvraag — Heeft de minister deugdelijk gemotiveerd dat in Jemen geen sprake is van de 'meest uitzonderlijke situatie' in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn (geïmplementeerd in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3, Vw 2000), waarbij een burger alleen al door zijn aanwezigheid een reëel risico loopt op ernstige schade? Daarnaast: welke rol spelen humanitaire omstandigheden in die beoordeling? Feiten — Appellant, Jemenitisch staatsburger, geboren in 2006, afkomstig uit Aden, heeft asiel aangevraagd wegens vrees voor oorlog, bombardementen en rekrutering in Jemen. De minister heeft de aanvraag afgewezen op grond van het per WBV 2024/9 gewijzigde landenbeleid (Kamerbrief 18 maart 2024), waarbij op basis van het ambtsbericht Jemen van september 2023 en het HvJ-arrest X en Y van 9 november 2023 niet langer de hoogste gradatie van willekeurig geweld voor Jemen wordt aangenomen, maar enkel een hoge mate van willekeurig geweld. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, verklaarde het beroep ongegrond op 3 december 2024. Overwegingen — De Afdeling zet uiteen dat artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn twee situaties onderscheidt. De 'meest uitzonderlijke situatie' (r.o. 4): het geweldsniveau is zo hoog dat ieder persoon louter door aanwezigheid een reëel r…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken