Raad van State 2024-07-17 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak), 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2927, zaaknummer 202400387/1/V2, hoger beroep. Kernvraag — Op welke wijze moeten de individuele omstandigheden en persoonlijke situatie van een vreemdeling worden betrokken bij de beoordeling of sprake is van een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 15, onderdeel c, van de Kwalificatierichtlijn, en geldt daarvoor een drempel van een bepaalde mate van willekeurig geweld? In het verlengde hiervan: hebben de vreemdelingen in dit geval aannemelijk gemaakt dat hun individuele omstandigheden een verhoogd risico op ernstige schade opleveren bij terugkeer naar Tripoli? Feiten — Een Libisch echtpaar met zes minderjarige kinderen vroeg asiel aan. De echtgenoot werkte in Tripoli als persoonsbeveiliger van hooggeplaatste politici en stelde te zijn beschoten tijdens een hardlooprondje, waarbij een scherf in zijn wang terechtkwam. De minister achtte geloofwaardig dat de echtgenoot als beveiliger had gewerkt, maar achtte de gestelde problemen en de beschieting ongeloofwaardig. Bij besluiten van 24 december 2020 wees de minister de asielaanvragen af. De rechtbank stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, dat deze beantwoordde bij arrest van 9 november 2023 (ECLI:EU:C:2023:843, X en Y). De rechtbank vernietigde vervolgens de besluiten en droeg de minister op nieuwe besluiten te nemen. Overwegingen — De Afdeling geeft een uitvoerige analyse van het arrest X en Y en tr…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken