Raad van State 2025-03-26 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 26 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1301, zaaknummer 202405267/1/A2, hoger beroep (tevens incidenteel hoger beroep). Kernvraag — Welke nadere beslistermijn en dwangsom dient de bestuursrechter te verbinden aan een gegrond beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar in het kader van de hersteloperatie toeslagen, en welke wegingsfactor geldt bij de proceskostenveroordeling in dergelijke zaken? Feiten — Een gedupeerde ouder in de toeslagenaffaire heeft compensatie verzocht voor de toeslagjaren 2008–2011. De Dienst Toeslagen heeft op 25 mei 2022 drie primaire besluiten genomen; de ouder heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij het uitblijven van een beslissing op bezwaar heeft zij herhaaldelijk beroep ingesteld. Na een eerder gegrond beroep bij uitspraak van 7 juli 2023 bleef een besluit op bezwaar opnieuw uit, wat leidde tot de thans bestreden uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 juli 2024, waarbij twintig weken nadere beslistermijn en een dwangsom van € 50,00 per dag werden opgelegd. Hangende het hoger beroep heeft de Dienst Toeslagen op 10 oktober 2024 alsnog besloten op bezwaar, gevolgd door een gewijzigd besluit op 12 november 2024, waarmee de ouder heeft ingestemd. Overwegingen — De Afdeling stelt vast dat bij de hersteloperatie toeslagen sprake is van een bijzonder geval in de zin van art. 8:55d lid 3 Awb, zoals al beslist in haar uitspraak van 23 augustus 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3209…