Rechtbank Den Haag 2024-08-16 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Groningen), 16 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:13031, zaaknummer NL24.10967, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Welke nadere beslistermijn dient de rechtbank op te leggen bij een gegrond beroep niet tijdig beslissen op een mvv-aanvraag in het kader van nareis, gegeven de structurele achterstanden bij de IND en het door de minister per 15 januari 2024 ingevoerde fifo-principe? Feiten — Vijf Jemenitische vreemdelingen dienden op 19 april 2023 een mvv-aanvraag in voor nareis bij een referent in Nederland. De minister verlengde de wettelijke beslistermijn van 90 dagen (art. 2u lid 1 Vw) met drie maanden, maar nam daarna niet tijdig een besluit. Na een ingebrekestelling op 19 december 2023 en het verstrijken van twee weken stelden eisers op 12 maart 2024 beroep in. De minister verzocht aanhouding van de behandeling; de minister gaf ter zitting aan de aanvraag naar verwachting in oktober 2024 in behandeling te kunnen nemen conform het fifo-principe. Overwegingen — De rechtbank wijst het aanhoudingsverzoek af omdat de wet dwingend voorschrijft dat bij overschrijding van de beslistermijn een nieuwe termijn wordt opgelegd; aanhouding behoort niet tot de mogelijkheden (r.o. 3). De rechtbank schetst de structurele problematiek uitvoerig (r.o. 4–8): de IND-voorraad is opgelopen van 12.230 zaken in 2021 naar 52.520 openstaande nareisaanvragen ten tijde van de uitspraak. In 2024 werd nog slechts in 9% van de mvv-nareisaanvragen…