Raad van State 2024-05-02 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1860, zaaknummer 202401945/1/V3, hoger beroep. Kernvraag — Of de staatssecretaris ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom de eerdere traumatische ervaringen van de vreemdeling in Bulgarije en zijn medische situatie geen aanleiding vormen om de asielaanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening (de discretionaire clausule) in behandeling te nemen. Feiten — De staatssecretaris heeft de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling genomen omdat Bulgarije op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. De vreemdeling heeft verklaard vijf keer slachtoffer te zijn geweest van gewelddadige pushbacks in Bulgarije, onder slechte omstandigheden in detentie te hebben gezeten, geen rechtsbijstand te hebben ontvangen en eerder geen opvang te hebben gekregen. In beroep heeft hij voorts gesteld getraumatiseerd te zijn en last te hebben van ernstige slaapproblemen, paniekaanvallen en herbelevingen, ter onderbouwing waarvan hij een patiëntendossier heeft overgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit wegens ondeugdelijke motivering. Overwegingen — In r.o. 1.1 oordeelt de Afdeling dat de staatssecretaris de gestelde eerdere ervaringen in Bulgarije reeds voldoende heeft betrokken in het kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, onder verwijzing naar de uitspraak van 14 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3164. De vreemdeli…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken