ECLI:NL:RVS:2014:3164

Raad van State 2014-08-14 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 14 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3164, zaaknummer 201404599/1/V4, hoger beroep (vereenvoudigd met toepassing van art. 8:54 lid 1 Awb). Kernvraag — In hoeverre dient de rechter terughoudend te toetsen of de staatssecretaris in redelijkheid heeft kunnen afzien van het gebruik van de discretionaire bevoegdheid op grond van art. 17 Dublinverordening, en welke omstandigheden mogen worden betrokken bij de beoordeling van "bijzondere, individuele omstandigheden" die overdracht van onevenredige hardheid doen zijn? Feiten — Twee Syrische vreemdelingen (meerderjarige mannen) dienden in Nederland asielaanvragen in, terwijl Hongarije op grond van de Dublinverordening de verantwoordelijke lidstaat was. Hun vrouwen en kinderen bevonden zich in een vluchtelingenkamp nabij de Turks-Syrische grens; hun broer woonde al sedert 1992 in Nederland en was inmiddels Nederlander. De staatssecretaris wees de aanvragen af bij besluiten van 8 mei 2014 en zag geen aanleiding om de discretionaire bevoegdheid van art. 17 Dublinverordening toe te passen. De voorzieningenrechter vernietigde die besluiten wegens onvoldoende motivering. Overwegingen — De Afdeling stelt in r.o. 4 voorop dat de staatssecretaris op grond van par. C2/5.1 Vc 2000 terughoudend gebruik maakt van art. 17 lid 1 en 2 Dublinverordening en dat de rechter die beoordeling dienovereenkomstig terughoudend dient te toetsen. Het beleid onderscheidt twee gronden voor toepassi…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken