ECLI:NL:RVS:2022:3630

Raad van State 2022-12-14 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3630, zaaknummer 202104246/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Is de verlenging van de overdrachtstermijn op grond van art. 29 lid 2 Dublinverordening een voor beroep vatbaar besluit in de zin van art. 1:3 Awb? En was de vreemdeling ondergedoken in de zin van die bepaling doordat hij weigerde in te stappen in het busje van de DT&V? Feiten — De vreemdeling diende op 14 september 2020 een asielaanvraag in Nederland in. Bij besluit van 20 november 2020 nam de staatssecretaris de aanvraag niet in behandeling en droeg hij de verantwoordelijkheid aan Italië op; dit overdrachtsbesluit staat in rechte vast. De overdracht was gepland op 14 april 2021. Op die datum werd de vreemdeling opgehaald van zijn kamer, maar bij het busje van de DT&V weigerde hij in te stappen, omdat de inzittenden niet in uniform waren gekleed, zich niet hadden gelegitimeerd en hem zijn bestemming niet hadden meegedeeld. Vervolgens ging de vreemdeling het AZC weer in, kreeg een locatieverbod opgelegd en werd hij kort daarna vlakbij het AZC door de politie aangehouden. De staatssecretaris verlengde daarop bij brief van 28 april 2021 de overdrachtstermijn met twaalf maanden tot 14 april 2022, omdat de vreemdeling zou zijn ondergedoken. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats Haarlem) verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de verlenging en droeg de staatssecretaris op de asielaanvraag in behandeling te nemen.…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken