Raad van State 2022-01-26 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 26 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:245, zaaknummer 202006519/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Welk beoordelingskader moet de staatssecretaris hanteren bij de beoordeling van identiteit en gezinsband in Eritrese nareiszaken, en in hoeverre nopen de gewijzigde informatie in het Algemeen Ambtsbericht Eritrea 2020 en een DNA-onderzoek tot heroverweging van dat kader? Feiten — Een Eritrese vreemdeling vraagt een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij referent, gesteld haar echtgenoot en vader van haar minderjarig kind. Zij heeft een ARRA-registratiekaart, een doopakte en een kerkelijke huwelijksakte overgelegd; een Eritrees paspoort of identiteitskaart ontbreekt. Bureau Documenten heeft de doopakte en huwelijksakte niet op echtheid kunnen beoordelen, maar heeft deze niet vals bevonden. In hoger beroep heeft de vreemdeling een DNA-onderzoek van Verilabs overgelegd, waaruit volgt dat de biologische verwantschap tussen haar, haar minderjarig kind en referent 'praktisch bewezen' is. De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijs van identiteit en gezinsband. Overwegingen — De Afdeling zet het beoordelingskader voor nareiszaken uiteen en past dit toe. Uit het arrest E. (HvJ EU 13 maart 2019, C-635/17) volgt een wederzijdse samenwerkingsplicht bij de bewijsvergaring. Tenzij een vreemdeling zijn deel van die plicht overduidelijk niet is nagekomen, moet de staatssecretaris…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken