ECLI:NL:RVS:2022:2210

Raad van State 2022-08-02 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 2 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2210, zaaknummer 202203828/1/V3, hoger beroep. Kernvraag — Staat de weigering van een vreemdeling om mee te werken aan een coronatest eraan in de weg dat er zicht op overdracht binnen een redelijke termijn bestaat, zodat de bewaring niet langer gerechtvaardigd is? Feiten — De staatssecretaris heeft de vreemdeling op 7 juni 2022 in bewaring gesteld. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, verklaarde het beroep daartegen op 20 juni 2022 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in en voerde aan dat zijn weigering om mee te werken aan een coronatest het zicht op overdracht binnen een redelijke termijn doet ontbreken. Overwegingen — De Afdeling verwerpt de enige grief in r.o. 1. Zij overweegt dat de rechtbank terecht en op goede gronden heeft geoordeeld dat de weigering van de vreemdeling om mee te werken aan de coronatest niet maakt dat het zicht op overdracht binnen een redelijke termijn ontbreekt, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 13 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:85. In r.o. 1.1 laat de Afdeling verdere motivering achterwege op grond van art. 91 lid 2 Vw 2000, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven. Beslissing — Het hoger beroep is ongegrond; de aangevallen uitspraak…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken