Raad van State 2022-01-26 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 26 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:208, zaaknummer 202104524/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Mogen documenten waarvan de authenticiteit niet kan worden vastgesteld of waarvan de bron niet objectief verifieerbaar is, zonder verdere inhoudelijke beoordeling worden uitgesloten van de ontvankelijkheidstoets bij een opvolgende asielaanvraag? En verplicht het Unierecht de staatssecretaris in dat geval altijd de vreemdeling te horen? Feiten — Een Afghaanse vreemdeling diende een opvolgende asielaanvraag in ter onderbouwing waarvan hij twee verklaringen, een kopie van een werkcontract en een USB-stick overlegde. De staatssecretaris kon de authenticiteit van de drie stukken niet vaststellen en achtte de USB-stick niet afkomstig van een objectief verifieerbare bron. Zonder de vreemdeling te horen verklaarde hij de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van art. 30a lid 1 aanhef en onder d Vw 2000. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat art. 3.118b lid 3 Vb 2000, gelezen in samenhang met § C1/2.9 Vc 2000, deels buiten toepassing moest blijven wegens strijd met Unierecht. De staatssecretaris stelde hoger beroep in uitsluitend tegen deze laatste overweging. Overwegingen — De Afdeling plaatst de grief in de context van HvJ EU 10 juni 2021, LH, ECLI:EU:C:2021:478, en herziet naar aanleiding daarvan haar vaste rechtspraak. De beoordeling van een opvolgende asielaanvraag verloopt in twee stappen (r.o. 5.1–5.3). St…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken