ECLI:NL:RVS:2022:1810

Raad van State 2022-07-06 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1810, zaaknummer 202102128/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Is de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (Stb. 2020, 242) in strijd met het Unierechtelijke doeltreffendheidsbeginsel en artikel 47 EU Handvest, voor zover die wet de mogelijkheid uitsluit om beroep in te stellen bij de bestuursrechter tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een asielaanvraag? Feiten — De vreemdeling diende op 5 december 2019 een asielaanvraag in. Op 29 juli 2020 stelde hij de staatssecretaris in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Op 15 december 2020 werd de aanvraag ingewilligd, zonder dat een dwangsom werd opgelegd. De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde dat beroep niet-ontvankelijk, omdat de Tijdelijke wet artikel 6:2, aanhef en onder b, Awb buiten toepassing stelde en er geen grond was de Tijdelijke wet onverbindend te achten. Overwegingen — De Afdeling stelt voorop (r.o. 7.1) dat de Procedurerichtlijn (art. 31) weliswaar termijnen stelt voor besluitvorming op asielaanvragen, maar geen rechtsgevolgen verbindt aan overschrijding daarvan. De rechtsgang bij de bestuursrechter zoals die tot 11 juli 2020 openstond, was een nationale maatregel met een hoger beschermingsniveau dan waartoe de Procedurerichtlijn verplicht. Het Unierecht verzet zich er op zichzelf niet tegen dat een lidstaat een dergelijke nationale maatreg…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken