Rechtbank Den Haag 2022-08-05 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Utrecht), 5 augustus 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8031, zaaknummer NL22.9780, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Kan de bestuursrechter in een beroep wegens niet tijdig beslissen op een asielaanvraag een rechterlijke dwangsom opleggen, nu artikel 1 van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (zoals geldend sinds 11 juli 2021) de artikelen 4:17–4:19, afdeling 8.2.4a en artikel 8:72 lid 6 Awb buiten toepassing stelt? En verbeurt verweerder ook een bestuurlijke dwangsom? Feiten — Eiseres, van Iraanse nationaliteit, heeft op 17 april 2021 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden beslist. Op 7 april 2022 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld. Meer dan twee weken later heeft zij beroep ingesteld wegens niet tijdig beslissen. Overwegingen — De Tijdelijke wet zoals die gold van 11 juli 2020 tot 11 juli 2021 sloot ook art. 6:2 onder b Awb uit, waardoor beroep tegen niet tijdig beslissen geheel was geblokkeerd. Sinds 11 juli 2021 is art. 6:2 onder b Awb weer van toepassing, zodat beroep mogelijk is, maar zijn de dwangsombepalingen (art. 4:17–4:19, afdeling 8.2.4a en art. 8:72 lid 6 Awb) nog steeds uitgesloten (r.o. 4–5). Het beroep is tijdig ingesteld en ontvankelijk; de beslistermijn is overschreden, zodat het beroep gegrond is (r.o. 6). Ten aanzien van de rechterlijke dwangsom overweegt de rechtbank dat de ABRvS in haar uitspraak van 6 juli 2022 (ECLI:NL:RV…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken