Raad van State 2021-09-01 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Raad van State (voorzieningenrechter Afdeling bestuursrechtspraak), 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1936, zaaknummer 202105209/2/V3, voorlopige voorziening (art. 8:81 Awb, met toepassing van art. 8:83 lid 3 Awb). Kernvraag — Dient de voorzieningenrechter in afwachting van de beantwoording van een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie zijn bestaande rechtspraaklijn voort te zetten, inhoudende dat een in hoger beroep toegewezen verzoek om voorlopige voorziening van de staatssecretaris leidt tot opschorting van de Dublintermijn? Feiten — De staatssecretaris heeft de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats Zwolle) heeft het beroep van de vreemdeling bij uitspraak van 4 augustus 2021 gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De staatssecretaris heeft hoger beroep ingesteld en verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Op dezelfde dag heeft de Afdeling in een afzonderlijke verwijzingsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2021:1929) een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie gesteld over de verenigbaarheid van een dergelijke nationale regeling met de Dublinverordening. Overwegingen — De voorzieningenrechter overweegt (r.o. 2) dat de Afdeling in de verwijzingsuitspraak van dezelfde datum gemotiveerd heeft uiteengezet dat het voorstelbaar is dat het Hof van Justitie zal o…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken