ECLI:NL:RVS:2021:182

Raad van State 2021-01-27 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:182, zaaknummer 202004563/1/V1, hoger beroep (proceskostenverzoek ex art. 8:75a Awb na intrekking hoger beroep). Kernvraag — Kan de staatssecretaris worden veroordeeld in de proceskosten wanneer de vreemdeling het hoger beroep intrekt nadat de staatssecretaris het bestreden besluit heeft ingetrokken omdat de overdrachtstermijn onder de Dublinverordening is verstreken? Feiten — De staatssecretaris had bij besluit van 2 april 2020 de asielaanvraag van de vreemdeling kennelijk niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening. De vreemdeling stelde hoger beroep in. Bij brief van 14 september 2020 liet de staatssecretaris weten dat hij het besluit had ingetrokken en de asielaanvraag alsnog in de nationale asielprocedure zou behandelen, omdat de overdrachtstermijn van art. 29 lid 1 van de Dublinverordening (PB 2013, L 180) op 21 augustus 2020 was verstreken. De vreemdeling trok daarop het hoger beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling. Overwegingen — De Afdeling verwijst naar haar eerdere uitspraken van 8 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1084) en 5 augustus 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1855), waarin zij heeft overwogen dat aanleiding kan bestaan de staatssecretaris op grond van art. 8:75 Awb in de proceskosten te veroordelen indien hij aan de vreemdeling is tegemoetgekomen (r.o. 2). Het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag kwalificeert echter niet als e…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken