ECLI:NL:RVS:2020:1855

Raad van State 2020-08-05 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, zaaknummer 201907349/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Heeft de vreemdeling nog procesbelang bij zijn hoger beroep nadat de staatssecretaris het bestreden besluit (niet in behandeling nemen van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening) heeft ingetrokken en de aanvraag alsnog in behandeling heeft genomen wegens het verstrijken van de overdrachtstermijn? Feiten — De staatssecretaris nam de asielaanvraag bij besluit van 11 juni 2019 niet in behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep liet de staatssecretaris weten het besluit in te trekken en de aanvraag alsnog in behandeling te nemen, omdat de overdrachtstermijn als bedoeld in art. 29 lid 1 van de Dublinverordening op 23 oktober 2019 was verstreken. De vreemdeling handhaafde zijn hoger beroep met een beroep op (i) de onrechtmatigheid van het besluit, (ii) de beslistermijn ex art. 42 lid 6 Vw 2000, (iii) de ingangsdatum van een eventueel te verlenen verblijfsvergunning, en (iv) de proceskosten. Overwegingen — De Afdeling verwerpt alle aangevoerde belangen. Ten aanzien van de gestelde onrechtmatigheid (r.o. 1.1): het belang bij art. 6:19 lid 6 Awb is niet gelegen in de onrechtmatigheid van het besluit zelf, maar in wat de vreemdeling kan bereiken bij de eventuele vaststelling daarvan — namelijk dat de staatssecretaris de aanvraag aan zich trekt.…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken