ECLI:NL:RVS:2020:1624

Raad van State 2020-07-15 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 15 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1624, zaaknummer 202001512/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Wat is de passende nadere termijn en de juiste hoogte van de dwangsom bij een gegrond beroep tegen het niet tijdig beslissen op asielaanvragen van een echtpaar met kinderen, en verbeurt de staatssecretaris bij samenhangende aanvragen van een echtpaar per ouder afzonderlijk een dwangsom of slechts één gezamenlijke dwangsom? Feiten — Een echtpaar met minderjarige kinderen had asielaanvragen ingediend. Bij het uitblijven van besluiten stelden zij beroep in bij de rechtbank. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, verklaarde de beroepen gegrond, stelde een nadere termijn van twee weken om alsnog te besluiten, en stelde vast dat de staatssecretaris per ouder een dwangsom van € 1.442,00 had verbeurd, met een nadere dwangsom van € 100,00 per dag per ouder bij overschrijding (maximum € 15.000,00 per ouder). De staatssecretaris stelde hoger beroep in. Overwegingen — De Afdeling beoordeelt vier grieven. Ten aanzien van de nadere termijn overweegt de Afdeling (r.o. 2-3) dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van een bijzonder geval in de zin van art. 8:55d lid 3 Awb. Uit de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 2005/06, 30 435, nr. 3, blz. 21 en 22) volgt dat van een bijzonder geval sprake kan zijn als het gelet op de vereiste zorgvuldigheid niet mogelijk is binnen twee weken een besluit bekend te m…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken