ECLI:NL:RVS:2018:1508

Raad van State 2018-05-16 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 16 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1508, zaaknummer 201707504/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Handelt de staatssecretaris in strijd met artikel 11, tweede lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn door een mvv-aanvraag voor gezinshereniging af te wijzen louter op grond van het ontbreken van officiële documenten ter staving van identiteit en familierelatie, zonder onofficiële documenten en verklaringen bij de beoordeling te betrekken? Feiten — De vreemdeling (gesteld Eritrese nationaliteit) vraagt een mvv om te verblijven bij de referent, haar gestelde echtgenoot, die in het bezit is van een asielvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw 2000. De staatssecretaris wijst de aanvraag af omdat de vreemdeling haar identiteit en de huwelijksrelatie niet met officiële documenten heeft aangetoond en niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in bewijsnood verkeert. De vreemdeling en de referent hebben in de procedure een kerkelijke huwelijksakte en een verklaring van een woningverhuurder overgelegd; de staatssecretaris heeft deze onofficiële documenten niet in de beoordeling betrokken. Overwegingen — In r.o. 8 stelt de Afdeling vast dat de Gezinsherenigingsrichtlijn van overeenkomstige toepassing is omdat de referent subsidiaire bescherming geniet. Artikel 5, tweede lid, van de richtlijn stelt als algemeen vereiste dat documenten worden overgelegd waaruit de gezinsband blijkt, maar lidstaten mogen ook gesprekke…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken