ECLI:NL:RVS:2017:964

Raad van State 2017-04-05 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:964, zaaknummer 201605973/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Heeft de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf een deugdelijk gemotiveerde "fair balance" gemaakt in het kader van artikel 8 EVRM, waarbij voldoende gewicht is toegekend aan de belangen van de Nederlandse kinderen en de referent? Feiten — De Iraakse vreemdeling vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf aan voor verblijf bij haar Nederlandse echtgenoot (referent) en hun vier minderjarige Nederlandse kinderen. De referent verblijft sinds 1995 in Nederland; de kinderen woonden hun gehele leven bij de vreemdeling in Syrië, met uitzondering van een half jaar in 2012 in Irak. Een poging het gezinsleven in Irak uit te oefenen werd gestaakt vanwege de leefomstandigheden aldaar. Terugkeer naar Syrië is geen optie. Sinds eind 2014 verblijven de kinderen in Nederland bij de referent; de vreemdeling verblijft sindsdien in Irak. Overwegingen — De Afdeling stelt voorop (r.o. 4.1) dat de rechter dient te beoordelen of de staatssecretaris alle relevante feiten en omstandigheden in zijn belangenafweging heeft betrokken en, indien dat het geval is, of de staatssecretaris zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat die afweging heeft geresulteerd in een "fair balance" tussen het belang bij uitoefening van het familie- en gezinsleven in Nederland enerzijds en het algemeen…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken