Raad van State 2017-06-30 — Bestuursrecht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 30 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1674, zaaknummer 201608140/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Verplicht het beginsel van equality of arms, zoals neergelegd in art. 6 EVRM en de jurisprudentie van het EHRM (met name het arrest Korošec), de bestuursrechter om in een artikel 64 Vw 2000-procedure ambtshalve een onafhankelijke medisch deskundige te benoemen wanneer een BMA-advies aan de besluitvorming ten grondslag is gelegd? Feiten — De vreemdeling, afkomstig uit Sierra Leone, heeft verzocht zijn uitzetting op grond van art. 64 Vw 2000 op te schorten wegens psychische klachten en een huidaandoening. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op basis van een BMA-advies van 22 mei 2015, aangevuld met een BMA-nota van 31 juli 2015, waarin geen medische noodsituatie op korte termijn werd verwacht. In bezwaar heeft de vreemdeling brieven van zijn behandelaars overgelegd; de staatssecretaris heeft deze aan het BMA voorgelegd. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard zonder een onafhankelijke deskundige te benoemen. Overwegingen — De Afdeling stelt voorop (r.o. 3) dat procedures over verblijf en uitzetting van vreemdelingen buiten het formele bereik van art. 6 EVRM vallen (Maaouia/Frankrijk), maar dat het recht op equality of arms als algemeen rechtsbeginsel ook los van die verdragsbepaling geldt binnen de nationale rechtsorde. Bij de beantwoording van de rechtsvraag sluit de Afdeling aan bij de EHRM-jurispr…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken