Centrale Raad van Beroep 2017-06-30 — Bestuursrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 30 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2226, zaaknummer 15/501 WIA, hoger beroep. Kernvraag — In hoeverre brengt het beginsel van equality of arms (art. 6 lid 1 EVRM), zoals uitgewerkt in het arrest Korošec van het EHRM, mee dat de bestuursrechter in WIA-zaken een onafhankelijk medisch deskundige moet benoemen wanneer een betrokkene stelt de kosten van een eigen deskundige niet te kunnen dragen? En welke toetsingsmaatstaf moet de bestuursrechter hanteren bij de beoordeling van verzekeringsgeneeskundige rapporten van het Uwv? Feiten — Appellant, voormalig allround medewerker in de bouw, meldde zich in 2011 ziek vanuit een WW-uitkering. In de daaropvolgende ZW-procedure bracht hij een expertise in van orthopedisch chirurg Jolles, die voor het Uwv aanleiding was het bezwaar alsnog gegrond te verklaren. Op 13 augustus 2013 vroeg appellant een WIA-uitkering aan. Het Uwv stelde zijn arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 22,17% — onder de drempel voor een WIA-uitkering — en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank het beginsel van equality of arms had miskend door geen deskundige te benoemen; hij voerde aan de kosten van een nieuw deskundigenrapport niet te kunnen dragen. Overwegingen — De Raad formuleert een algemeen toetsingskader in drie stappen voor de beoordeling door de bestuursrechter van verzekeringsgeneeskundige rapporte…