ECLI:NL:RVS:2016:3350

Raad van State 2016-12-20 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (voorzieningenrechter Afdeling bestuursrechtspraak), 20 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3350, zaaknummer 201609138/3/V2, hoger beroep / voorlopige voorziening. Kernvraag — Dient de voorzieningenrechter van de Afdeling in asielzaken waarin een 'arguable claim' over artikel 3 EVRM voorligt een voorlopige voorziening te treffen die uitzetting schorst hangende het hoger beroep, nu het EHRM heeft geoordeeld dat het Nederlandse hoger beroep bij de Afdeling geen effectief rechtsmiddel is bij gebreke van automatische schorsende werking? Feiten — De staatssecretaris wees de asielaanvraag van een Ugandese vreemdeling af op 31 oktober 2016. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats Haarlem) verklaarde het beroep op 28 november 2016 ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening te treffen, stellende dat uitzetting naar Uganda in verband met zijn homoseksuele geaardheid in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM. Bij uitspraak van 9 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3352) was reeds bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat uitzetting achterwege blijft, in afwachting van nader onderzoek. Overwegingen — De voorzieningenrechter beziet het verzoek mede ten behoeve van toekomstige vergelijkbare verzoeken. In r.o. 3.1-3.2 wordt vooropgesteld dat de wetgever bij de totstandkoming van de Vw 2000 uitdrukkelijk heeft afgezien van automatische schorsende werking van het hoger beroep, mede gelet op de a…