ECLI:NL:RVS:2016:2474

Raad van State 2016-09-14 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2474, zaaknummer 201603036/1/V2, hoger beroep. Kernvraag — Voldoet de aanwijzing van Albanië als veilig land van herkomst bij regeling van 10 november 2015 aan de wettelijk voorgeschreven vereisten, en hebben twee Albanese vrouwen met een lesbische gerichtheid aannemelijk gemaakt dat Albanië in hun specifieke geval niet veilig is? Feiten — Twee Albanese vrouwen in een lesbische relatie hebben asiel gevraagd wegens hun seksuele gerichtheid. De staatssecretaris heeft de aanvragen bij besluiten van 18 november 2015 afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van art. 30b lid 1 onder b Vw 2000, omdat Albanië bij regeling van 10 november 2015 was aangewezen als veilig land van herkomst. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats 's-Hertogenbosch) heeft de beroepen ongegrond verklaard. De voorzitter van de Afdeling heeft staatsraad advocaat-generaal Widdershoven verzocht een conclusie te nemen; de UNHCR is in de gelegenheid gesteld aan de procedure deel te nemen. Overwegingen — De Afdeling behandelt achtereenvolgens het rechtskarakter van de aanwijzingsregeling, de vereisten voor aanwijzing, de toetsingsintensiteit, de toepassing op Albanië en de persoonlijke situatie van de vreemdelingen. Rechtskarakter en exceptieve toetsing (r.o. 3.1.1–3.2) — Bijlage 13 bij art. 3.37f lid 3 VV 2000, waarin Albanië als veilig land van herkomst is aangewezen, maakt deel uit van dat artikel en is…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken