Raad van State 2016-06-03 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 3 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1451, zaaknummer 201507683/1/V3, hoger beroep. Kernvraag — Is het opschorten dan wel uitstellen van een besluit over de toegang na een asielverzoek aan de buitengrens in overeenstemming met de Schengengrenscode en de Procedurerichtlijn (2013/32/EU)? En vereist de Procedurerichtlijn, gelezen in samenhang met de Opvangrichtlijn (2013/33/EU), dat de staatssecretaris vóór toepassing van de grensprocedure beoordeelt of het asielverzoek zich voor afdoening in die procedure leent, gelet op de daarmee gepaard gaande vrijheidsontneming? Feiten — De vreemdeling is op 14 juli 2015 de toegang geweigerd op grond van artikel 13 juncto artikel 5 van de Schengengrenscode wegens een voorgenomen verblijf van ten hoogste 90 dagen. Op 13 augustus 2015 heeft zij een asielwens geuit. Daarop zijn de rechtsgevolgen van het toegangsweigeringsbesluit opgeschort, is de grensprocedure van toepassing verklaard en is een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd krachtens artikel 6 lid 3 Vw 2000. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Overwegingen — De Afdeling bespreekt twee rechtsvragen. Eerste rechtsvraag — de opgeschorte toegangsweigering (r.o. 5–7): De Schengengrenscode is van toepassing op alle derdelanders, ook op asielzoekers (r.o. 5, onder verwijzing naar arrest ANAFE). Het toegangsweigeringsbesluit van 14 juli 2015 zag op een voorgenomen verbli…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken