ECLI:NL:RVS:2015:3579

Raad van State 2015-11-20 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 20 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3579, zaaknummer 201407197/1/V3, hoger beroep. Kernvraag — Wanneer vormt een strafrechtelijke veroordeling een 'gevaar voor de openbare orde' in de zin van artikel 7 lid 4 Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG) dat onthouding van een termijn voor vrijwillig vertrek rechtvaardigt, en welke motiveringsplicht rust op de staatssecretaris bij toepassing van artikel 62 lid 2 aanhef en onder c Vw 2000? Feiten — De vreemdeling is bij vonnis van 12 februari 2014 veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder C Opiumwet. Op 5 maart 2014 heeft de staatssecretaris, terwijl de vreemdeling nog in strafrechtelijke detentie verbleef, een terugkeerbesluit uitgevaardigd waarbij hem iedere vertrektermijn is onthouden en een inreisverbod is opgelegd. De rechtbank vernietigde dat besluit wegens ontoereikende motivering. De staatssecretaris stelde hoger beroep in; de vreemdeling stelde incidenteel hoger beroep in. De Afdeling had over het begrip 'gevaar voor de openbare orde' prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie, die bij arrest van 11 juni 2015 (C-554/13, Z. Zh. en I. O.) zijn beantwoord. Overwegingen — Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk omdat artikel 83c lid 4 aanhef en onder b Vw 2000 de artikelen 8:110–8:112 Awb uitsluit in zaken over terugkeerbesluiten en inreisverboden (r.o.…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken