Raad van State 2013-07-09 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 9 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:298, zaaknummers 201204559/1/V1 en 201207753/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Heeft een vreemdeling tegen wie een inreisverbod met de rechtsgevolgen van art. 66a, zevende lid, Vw 2000 is uitgevaardigd, procesbelang bij beoordeling van een beroep tegen de afwijzing van een asielaanvraag? En heeft de vreemdeling belang bij het hoger beroep over het eerder uitgevaardigde inreisverbod van 9 februari 2012? Feiten — De staatssecretaris heeft op 9 februari 2012 een inreisverbod voor twee jaar uitgevaardigd. Op 28 maart 2012 heeft hij tevens de asielaanvraag van de vreemdeling afgewezen, een terugkeerbesluit genomen en een nieuw inreisverbod voor drie jaar uitgevaardigd. Aan dat laatste inreisverbod heeft de staatssecretaris mede ten grondslag gelegd dat de vreemdeling onherroepelijk is veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen (art. 311 lid 1 aanhef en onder 4 Sr), waarvoor een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar is bedreigd. De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond. Overwegingen — Ten aanzien van zaak 201204559/1/V1 overweegt de Afdeling (r.o. 2) dat het inreisverbod van 9 februari 2012 moet worden geacht te zijn ingetrokken door de uitvaardiging van het inreisverbod van 28 maart 2012. De vreemdeling heeft niet gesteld hoe hij door het hoger beroep in een gunstiger positie kan geraken, zodat het hoger beroep wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk i…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken