ECLI:NL:RBROT:2024:6560

Rechtbank Rotterdam 2024-07-15 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Rotterdam (meervoudige kamer), 15 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6560, zaaknummers ROT 23/8778, ROT 23/8780 en ROT 23/8781, eerste aanleg. Kernvraag — Welke nadere beslistermijn en dwangsom moeten worden opgelegd bij (herhaalde) beroepen niet-tijdig beslissen in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), gelet op de ingrijpend gewijzigde feitelijke omstandigheden? En verbindt inhoudelijke samenhang tussen beschikkingen over dezelfde herstelregeling de gevolg dat slechts één dwangsom verschuldigd is? Feiten — Eiseres is gedupeerde toeslagenouder. De rechtbank had de Dienst Toeslagen bij uitspraak van 7 juli 2023 opgedragen te beslissen op drie bezwaren van eiseres tegen beschikkingen van 25 mei 2022, alle betrekking hebbend op de compensatie als bedoeld in art. 2.1 lid 1 Wht. De Dienst Toeslagen heeft ook na die uitspraak geen besluiten genomen; het maximum van de eerder opgelegde dwangsom is volledig verbeurd. Eiseres heeft opnieuw beroep ingesteld, zodat sprake is van drie samenhangende tweede beroepen niet-tijdig beslissen over dezelfde uitblijvende besluiten op bezwaar. Overwegingen — De rechtbank schetst uitvoerig de context: de hersteloperatie is structureel omvangrijker gebleken dan voorzien, de Dienst Toeslagen overschrijdt wettelijke beslistermijnen stelselmatig (gemiddelde feitelijke doorlooptijd bezwaar: 567 dagen), en de wetgever heeft bewust onrealistische beslistermijnen aanvaard. De rechtbank onderschrijft het oordeel va…