ECLI:NL:RBROT:2025:9226

Rechtbank Rotterdam 2025-07-30 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Rotterdam, 30 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9226, zaaknummer ROT 25/3376, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Welke nadere beslistermijn en dwangsom dient de rechtbank te bepalen bij een gegrond beroep niet tijdig beslissen (ntb) in zaken waarbij het UWV een medisch advies van een verzekeringsarts nodig heeft, gelet op het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV? Feiten — Het UWV heeft bij besluit van 6 september 2024 de ZW-uitkering van eiser per 7 oktober 2024 beëindigd. Eiser heeft bezwaar gemaakt; het UWV heeft niet binnen de wettelijke termijn op dat bezwaar beslist. Op 31 maart 2025 heeft eiser het UWV in gebreke gesteld; de ingebrekestelling is op 2 april 2025 door het UWV ontvangen. Op 16 april 2025 heeft eiser beroep ntb ingesteld. Ten tijde van de zitting (10 juli 2025) had het UWV nog steeds geen beslissing op bezwaar genomen. Overwegingen — Het beroep is gegrond, nu meer dan twee weken zijn verstreken na ontvangst van de ingebrekestelling en het UWV geen besluit heeft bekendgemaakt (r.o. 2). Bij een gegrond beroep ntb geldt als wettelijk uitgangspunt een nadere beslistermijn van twee weken na verzending van de uitspraak (art. 8:55d lid 1 Awb). In bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen; die termijn mag niet onnodig lang en niet onrealistisch kort zijn. Van een onrealistisch korte termijn is sprake als het bestuursorgaan binnen die termijn niet in staat is zorgvuldig te beslissen; van een onnod…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken