ECLI:NL:RBGEL:2024:6647

Rechtbank Gelderland 2024-10-01 — Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Gelderland, 1 oktober 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:6647, zaaknummer ARN 24/4576, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Welke nadere beslistermijn en dwangsom moet de bestuursrechter opleggen bij (opvolgende) beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht)? Moet de rechtbank daarbij de lijn van de rechtbank Rotterdam van 15 juli 2024 volgen? Feiten — De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 18 december 2023 de situatie van eiseres over de jaren 2008, 2009 en 2010 definitief beoordeeld en vastgesteld dat zij recht heeft op € 25.023 aan kinderopvangtoeslag, maar omdat zij eerder al € 30.000 had ontvangen geen aanvullend bedrag toekomt. Eiseres heeft op 29 januari 2024 bezwaar gemaakt. De dienst heeft de bezwaartermijn verlengd en moest uiterlijk 3 juni 2024 beslissen. Na ingebrekestelling op 19 juni 2024 — waarvan de dienst op 21 juni 2024 kennis heeft genomen — heeft de dienst niet binnen twee weken beslist. Eiseres heeft op 5 juli 2024 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar. Overwegingen — De rechtbank beoordeelt eerst de bredere beleidsmatige context (r.o. 3–4). De Wht kent een wettelijke beslistermijn van twaalf weken op bezwaar (art. 7:10 lid 1 Awb), maar de gemiddelde feitelijke behandelduur bedraagt 567 dagen (81 weken). Circa 75% van de bezwaarprocedures is nog niet afgerond; er zijn inmiddels derde en vierde opvolgende beroepen tegen uit…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken