ECLI:NL:RBMNE:2024:6003

Rechtbank Midden-Nederland 2024-10-25 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Midden-Nederland (zittingsplaats Utrecht), 25 oktober 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6003, zaaknummers UTR 24/4917, UTR 24/5249 en UTR 24/5306, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Binnen welke termijn moet Dienst Toeslagen alsnog beslissen op bezwaren en aanvragen in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), en welke rechterlijke dwangsom is daarbij passend, gegeven de structurele overschrijding van wettelijke beslistermijnen door de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT)? Feiten — Drie eiseressen hebben zich bij de UHT gemeld als gedupeerde ouders in het kader van de kinderopvangtoeslagaffaire. Twee eiseressen (UTR 24/4917 en UTR 24/5249) voeren tweede beroepen niet tijdig beslissen op hun bezwaar na een afwijzing van compensatie, nadat eerdere rechterlijke beslistermijnen van zes weken niet zijn nageleefd en de maximale rechterlijke dwangsom van € 15.000,- volledig is verbeurd. Eiseres 3 (UTR 24/5306) voert een eerste beroep niet tijdig beslissen op haar aanvraag om integrale herbeoordeling. De wettelijke beslistermijn op bezwaar (twaalf tot achttien weken) wordt door de UHT structureel niet gehaald; de gemiddelde doorlooptijd bedroeg op 3 september 2024 549 dagen. Het aantal beroepen niet tijdig beslissen is in een jaar tijd verviervoudigd tot 14.601 op 16 september 2024, en de door Dienst Toeslagen verbeurde rechterlijke dwangsommen bedroegen per 6 september 2024 in totaal € 45,5 miljoen. Voorgestelde versnellingsmaatregelen…