ECLI:NL:RVS:2019:673

Raad van State 2019-03-08 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 8 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:673, zaaknummer 201808648/1/R1, eerste aanleg enkelvoudig (vereenvoudigde behandeling ex art. 8:54 Awb). Kernvraag — Is een ingebrekestelling als bedoeld in art. 6:12 lid 2 Awb vereist voordat een belanghebbende voor de tweede maal beroep instelt wegens het niet tijdig nemen van een besluit, wanneer de bestuursrechter in een eerdere uitspraak een uitdrukkelijke termijn heeft gesteld? Feiten — Bij uitspraak van 15 januari 2018 verklaarde de Afdeling het beroep van appellant gegrond, vernietigde zij het met een besluit gelijkgestelde niet tijdig nemen van een besluit omtrent vaststelling van het bestemmingsplan "Bergen Dorpskern Zuid", en droeg zij de raad op uiterlijk 31 mei 2018 een nieuw besluit te nemen. De raad liet die termijn verstrijken zonder te besluiten. Appellant stelde opnieuw beroep in, zonder de raad voorafgaand schriftelijk in gebreke te stellen. Overwegingen — De Afdeling stelt voorop (r.o. 8) dat wanneer de wettelijke termijn voor het nemen van een besluit is verstreken, ingevolge art. 6:12 lid 2 en 3 Awb in beginsel een ingebrekestelling is vereist, zowel bij een eerste beroep wegens niet tijdig beslissen als wanneer de bestuursrechter het bestuursorgaan heeft opgedragen een nieuw besluit te nemen zonder daarvoor een termijn te bepalen. Anders ligt dit echter wanneer de bestuursrechter, zoals in de uitspraak van 15 januari 2018, wél een uitdrukkelijke term…