ECLI:NL:RBROT:2025:9224

Rechtbank Rotterdam 2025-07-30 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Rotterdam, 30 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9224, zaaknummer ROT 25/2627, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Welke nadere beslistermijn en dwangsom dient de rechtbank te hanteren bij gegronde beroepen niet tijdig beslissen (ntb) in UWV-zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts noodzakelijk is, gelet op het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV? Feiten — Eiseres is werkgeefster en heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 31 januari 2024 waarbij aan haar (ex-)werkneemster een loonaanvullingsuitkering op grond van de Wet WIA is toegekend. Het UWV heeft niet binnen de geldende termijn op dat bezwaar beslist. Eiseres heeft het UWV op 22 augustus 2024 in gebreke gesteld; het UWV heeft deze ingebrekestelling op 26 augustus 2024 ontvangen. Op 20 maart 2025 heeft de rechtbank het beroep ntb ontvangen. Ten tijde van de uitspraak had het UWV nog steeds geen beslissing op bezwaar genomen. Overwegingen — De rechtbank stelt vast dat het beroep ntb gegrond is, nu het UWV niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en de ingebrekestelling meer dan twee weken geleden is ontvangen (r.o. 2). Op grond van art. 8:55d lid 1 Awb bedraagt de wettelijke nadere beslistermijn twee weken, maar art. 8:55d lid 3 Awb biedt ruimte voor een andere termijn of voorziening in bijzondere gevallen. Naar vaste rechtspraak mag die termijn niet onnodig lang en niet onrealistisch kort zijn (r.o. 3). De rechtbank oordeelt dat de structurele pers…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken