Rechtbank Overijssel 10 maart 2021 — Civiel recht
Instantie en datum — Rechtbank Overijssel, 10 maart 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:1012, zaaknummer C/08/248539 / HA ZA 20-206, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Is gedaagde gehouden de kosten te vergoeden die de gemeente maakte voor het afvoeren van met purschuim verontreinigd bouw- en sloopafval op het perceel van gedaagde, en zo ja: op welke grondslag en tot welk bedrag? Feiten — Gedaagden lieten hun woning in 2013 isoleren met gespoten purschuim, ervaarden daarna gezondheidsklachten en sloopten de woning halverwege 2018 in eigen beheer. Het vrijgekomen bouw- en sloopafval lag opgeslagen op het eigen perceel; afvoer bleek problematisch omdat het puin gecontamineerd was met pur en daardoor niet recyclebaar. Na media-aandacht, maatschappelijke onrust en telefoontjes van verontruste burgers sommeerde de gemeente gedaagden op 20 juli 2018 het afval uiterlijk 23 juli 2018 te laten verwijderen op straffe van verwijdering op hun kosten. Op 25 juli 2018 vond een gesprek plaats op het gemeentehuis waarbij de gemeente opdracht gaf aan [X] Sloopwerken B.V. om het afval af te voeren; de factuur bedroeg € 61.773,17 inclusief btw. Gedaagden betwistten achteraf dat zij toestemming hadden gegeven en weigerden te betalen. Overwegingen — De rechtbank behandelt achtereenvolgens de vier grondslagen die de gemeente aanvoert. Overeenkomst (r.o. 4.5–4.9). Op grond van art. 6:217 BW komt een overeenkomst tot stand door aanbod en aanvaarding. De rechtbank oordeelt dat geen overeenkomst tot stand i…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken