ECLI:NL:HR:2017:164

Hoge Raad 2017-02-03 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:164, zaaknummer 16/03355, prejudiciële beslissing. Kernvraag — Op welke wijze dienen voordelen uit effectenleaseovereenkomsten (batige saldi uit eerdere overeenkomsten, dividenden en andere opbrengsten) bij toepassing van art. 6:100 BW in mindering te worden gebracht op de schadeposten termijnen en restschuld, en maakt het daarvoor verschil of die voordelen zijn verrekend met betalingsverplichtingen of aan de afnemer zijn uitbetaald? Feiten — [A] heeft tussen 1995 en 2001 zeven effectenleaseovereenkomsten gesloten met (rechtsvoorgangsters van) Dexia, met looptijden van 36 of 60 maanden. De eindafrekeningen leverden zowel positieve als negatieve resultaten op. [A] heeft in totaal € 29.971,19 aan maandtermijnen en € 22,97 aan restschuld betaald, en ontving € 8.762,76 aan dividenden en € 26.849,10 aan ander voordeel. Dexia vordert een verklaring voor recht dat zij aan al haar verplichtingen heeft voldaan; [A] vordert in reconventie schadevergoeding wegens schending van de zorgplicht. De kantonrechter heeft vastgesteld dat Dexia de bijzondere zorgplicht heeft geschonden en stelt prejudiciële vragen over de wijze van voordeelstoerekening — uitdrukkelijk alleen voor gevallen zonder 'onaanvaardbaar zware financiële last'. Overwegingen — r.o. 3.5: Voor voordeelstoerekening op grond van art. 6:100 BW is vereist (i) een condicio sine qua non-verband tussen de normschending en het voordeel, en (ii) dat het met inachtnemin…