Hoge Raad 2023-06-09 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:882, zaaknummer 22/00497, cassatie. Kernvraag — Of Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens een afnemer van een effectenleaseovereenkomst die via tussenpersoon Spaar Select tot stand is gekomen, en meer specifiek of Dexia wist of behoorde te weten dat Spaar Select de afnemer had geadviseerd zonder daartoe vergunningsplichtige beleggingsadvieswerkzaamheden te mogen verrichten. Feiten — De Afnemer heeft in 2000 een effectenleaseovereenkomst gesloten via tussenpersoon Spaar Select, die niet beschikte over de vereiste vergunning voor beleggingsadvieswerkzaamheden. Na tussentijdse beëindiging resteerde een negatief saldo van € 3.698,08; de totale inleg bedroeg € 21.747,-- en ontvangen dividenden € 5.998,22. In 2012 keerde Dexia twee derde van de restschuld, vermeerderd met wettelijke rente, vrijwillig uit. De Afnemer had tijdig een opt-outverklaring ingediend en was derhalve niet gebonden aan de WCAM-schikking. Oordeel hof — Het hof heeft de door de kantonrechter gegeven verklaring voor recht bekrachtigd dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld. Het baseerde dit op het oordeel dat Dexia onvoldoende had betwist dat Spaar Select voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst een op de specifieke situatie van De Afnemer toegesneden beleggingsadvies had gegeven, en dat Dexia — gelet op de nauwe samenwerking met Spaar Select en de bekendheid met de standaard gevolgde werkwijze van Spaar Select — wist of behoorde te weten van…