Rechtbank Oost-Brabant 12 mei 2021 — Civiel recht
Instantie en datum — Rechtbank Oost-Brabant (voorzieningenrechter), 12 mei 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:2409, zaaknummer C/01/369535 / KG ZA 21-212, kort geding. Kernvraag — Dient het conservatoire verhaalsbeslag dat gedaagde ten laste van eisers heeft gelegd op een tot de nalatenschap behorende woning te worden opgeheven, gelet op de aanstaande levering van de woning aan een derde en het aanbod van vervangende zekerheid? In reconventie: heeft gedaagde als legitimaris recht op onmiddellijke betaling van haar vordering en op aanvullende informatievoorziening via de kort-gedingrechter? Feiten — Partijen zijn broer en zussen. Na het overlijden van hun vader in 2018 bleek dat hij bij testament van 28 juli 2010 gedaagde had onterfd en eisers als enige erfgenamen had benoemd, met eiser sub 1 als executeur-afwikkelingsbewindvoerder. Tot de nalatenschap behoort een woning. In een eerdere e-mail van 2 december 2016 had eiser sub 2 aan gedaagde geschreven dat eisers de ontervingsniet naar het testament zouden handelen. Gedaagde stelt dat dit een aanbod was dat zij heeft aanvaard; eisers betwisten dat. Eiser sub 1 heeft de woning op 12 november 2020 verkocht voor € 580.000,-, met levering voorzien op 1 juli 2021. Gedaagde legde op 11 mei 2021 conservatoir verhaalsbeslag op de woning voor een vordering van € 282.000,- inclusief rente en kosten; eisers hadden haar tevoren aangeboden € 84.050,- uit de verkoopopbrengst te betalen (haar aandeel in de nalatenschap van moeder) en € 67.499,30 in d…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken