Rechtbank Den Haag 2024-03-29 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Amsterdam), 29 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:4394, zaaknummer NL24.5401 T; tussenuitspraak (verwijzingsuitspraak prejudiciële vragen aan het HvJ EU). Kernvraag — Kon de staatssecretaris op 7 februari 2024 een terugkeerbesluit opleggen aan een derdelander die op dat moment nog rechtmatig verblijf had op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming? En is de tijdelijke bescherming van de zogeheten facultatieve groep — derdelanders met een tijdelijk verblijfsrecht in Oekraïne die via art. 7 Richtlijn Tijdelijke Bescherming en art. 2 lid 3 Uitvoeringsbesluit tijdelijke bescherming hadden verkregen — van rechtswege geëindigd op 4 maart 2024, dan wel loopt deze door tot 4 maart 2025 op grond van het Verlengingsbesluit van 19 oktober 2023? Feiten — Eiser, Nigeriaans onderdaan, verbleef in Oekraïne op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning geldig tot 31 januari 2023. Na het uitbreken van de oorlog vluchtte hij naar Nederland, schreef zich op 1 juni 2022 in de BRP in en viel daarmee onder de facultatieve groep waaraan de staatssecretaris — met afzien van de veilig thuislandtoets — tijdelijke bescherming had verleend. Op 9 augustus 2022 diende eiser een asielaanvraag in; bij besluit van 24 augustus 2023 werd die buiten behandeling gesteld en werd de tijdelijke bescherming beëindigd per 4 september 2023. De staatssecretaris trok dit beëindigingsbesluit later in na een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 17 ja…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken