Rechtbank Den Haag 2023-04-26 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Groningen), 26 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:6050, zaaknummer NL22.26491, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Is de verlenging van de wettelijke beslistermijn op een asielaanvraag met negen maanden via WBV 2022/22 rechtsgeldig, en is het beroep wegens niet-tijdig beslissen daarmee ontvankelijk? Feiten — Eiser heeft op 30 mei 2022 asiel aangevraagd. Op 8 december 2022 heeft hij verweerder in gebreke gesteld wegens uitblijven van een besluit. Op 26 december 2022 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslistermijn rechtsgeldig is verlengd met negen maanden via WBV 2022/22 (in werking getreden op 27 september 2022), waardoor de termijn pas op 30 augustus 2023 zou verstrijken. Overwegingen — De rechtbank stelt voorop dat beoordeeld moet worden of verweerder de wettelijke beslistermijn rechtsgeldig heeft verlengd op grond van art. 42 lid 4 aanhef en onder b Vw 2000, dat zijn grondslag vindt in art. 31 lid 3 derde zin Procedurerichtlijn. In r.o. 4.1 oordeelt de rechtbank dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat sinds de tweede helft van 2021 sprake is van een groot aantal vreemdelingen dat tegelijk een aanvraag indient, waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de asielprocedure binnen zes maanden af te ronden. De stijging blijkt uit de Kerncijfers Asiel en Migratie, de Asieltrends-rapporten van de IND en het rapport Staat van Migratie 20…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken