ECLI:NL:RBDHA:2018:9044

Rechtbank Den Haag 25 juli 2018 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Den Haag (kantonrechter), 25 juli 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:9044, zaaknummer 6525412/17-30409, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Kan een lid van een VvE haar betalingsverplichting jegens de VvE opschorten omdat de VvE haar handhavingsverplichting niet nakomt, en kan dat lid de VvE via een reconventionele vordering rechtstreeks tot handhaving dwingen? Feiten — Gedaagde is erfpachter van een appartementsrecht en daarmee van rechtswege lid van de VvE. Zij klaagt al sinds januari 2017 bij de VvE over overlast van haar buurman (windgongen, radio, rookoven/BBQ, handel vanuit woning, tuinbank op galerij). De VvE heeft niet handhavend opgetreden; een door verhuurder Vidomes aangespannen procedure tegen de buurman werd afgewezen. Gedaagde heeft daarop haar maandelijkse voorschotbijdrage (€ 119,23) en de verwarmingskosten over 2016 onbetaald gelaten en haar betalingen opgeschort wegens de gestelde wanprestatie dan wel onrechtmatige daad van de VvE. Overwegingen — De kantonrechter verwerpt het door de VvE in een laat stadium gedane beroep op onbevoegdheid, nu dit niet bij antwoord is gedaan terwijl de vorderingen in reconventie al vóór de zitting bekend waren; het beroep is vervallen op grond van art. 128 lid 3 Rv. Ten aanzien van de voorschotbijdragen staat niet ter discussie dat gedaagde deze verschuldigd is. Het verweer van opschorting wordt verworpen. De kantonrechter overweegt dat een VvE een bijzondere gemeenschap is waarop de bepalingen van tit…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken