Rechtbank Amsterdam 12 maart 2015 — Civiel recht
Instantie en datum — Rechtbank Amsterdam (kantonrechter), 12 maart 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1777, zaaknummer CV EXPL 14-20704, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Kan een woningcorporatie die zich toelegt op studentenhuisvesting, een huurovereenkomst met een afgestudeerde huurder beëindigen op grond van dringend eigen gebruik (art. 7:274 lid 1 sub c BW), ook als de huurovereenkomst dateert van vóór de invoering van art. 7:274 lid 4 BW en de vereisten van dat lid niet in de overeenkomst zijn opgenomen? Feiten — Gedaagde heeft in 1989 als student fysische geografie aan de VU een kamer aangevraagd bij SSH VU en is sindsdien in het complex [complex 2] te Amstelveen blijven wonen. Na een fusie in 2006 is Duwo zijn verhuurder geworden. Gedaagde is in 1998 afgestudeerd en woont op het moment van de uitspraak nog steeds in de studentenwoning. Duwo heeft de huurovereenkomst in november 2012 opgezegd op grond van dringend eigen gebruik, bestaande uit verhuur aan een ingeschreven student, en gedaagde ruim de tijd gegeven om andere woonruimte te vinden, tot uiteindelijk 1 juli 2014. Overwegingen — De kantonrechter stelt voorop dat de opzegging formeel correct is verlopen: aangetekende verzending, vermelding van de opzeggingsgrond en hantering van de juiste opzegtermijn zijn niet betwist (r.o. 3.2). Ten aanzien van de dringendheid oordeelt de kantonrechter dat het een feit van algemene bekendheid is dat goedkope woonruimte voor studenten in Amsterdam zeer schaars is, zodat de dringend…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken